Jules Verne: Een buitengewone reis naar het Esperanto

“Het Esperanto is een gemakkelijke, soepele, welklinkende taal, evenzeer geschikt voor het schrijven van elegant proza als van welluidende verzen. Het is in staat allerlei gedachten alsook de delicaatste gevoelens van de ziel uit te drukken… Het is de ideale internationale taal.”
Dit klinkt als een aanhaling uit een geestdriftige brochure uit de allereerste tijden van de Esperanto-beweging, maar toch is het dat niet. Het gaat om authentieke zinnen uit de laatste roman van een schrijver wiens dromen, ofschoon meestal intussen werkelijkheid geworden, nog altijd de mensen aan het dromen zetten: Jules Verne.
Het feit dat Verne een aanhanger van het Esperanto was, is al zeker sinds 1977 bekend, toen er een artikel van de hand van Marcel Delcourt en Jean Amouroux verscheen in het tijdschrift Franca Esperantisto: Jules Verne kaj la internacia lingvo (Jules Verne en de internationale taal) . Daaruit weten wij het volgende:
Verne had een goede kennis van de internationale taalkwestie, omdat één van zijn vrienden, het Kamerlid Raoul Duval, een bevlogen voorvechter van het Volapük was. Toen één van de eerste Franse Esperanto-propagandisten, Théophile Cart, begin 1903 een voordracht hield in Amiens, de stad waar Verne woonde, gaf hij daarmee een aansporing om een plaatselijke Esperanto-club te stichten. Uitgenodigd door een andere vriend, Charles Tassencourt (handelaar, consulair agent van de Verenigde Staten), en door Joseph Delfour, aanvaardde Verne meteen het ambt van erevoorzitter. De adressenlijst Tutmonda Jarlibro Esperantista van uitgever Hachette nam de naam van Jules Verne op. Verne beloofde zijn vrienden Tassencourt en Delfour een roman over de voordelen van het Esperanto te schrijven. En inderdaad begon hij eraan te werken, met Voyage d’études als voorlopige titel, en met een zekere Nicolas Vanof, een hartstochtelijke esperantist, in een van de rollen. Maar Jules Verne stierf op 24 maart 1905, vier maanden voordat het allereerste Esperanto-wereldcongres in het naburige Boulogne-sur-Mer plaatsvond. Zijn zoon Michel publiceerde vervolgens nog een tiental romans onder zijn vaders naam, al waren enkele ervan alleen op ideëen of motieven van zijn vader gebaseerd. Zo is het ook met Voyage d’études afgelopen, dat slechts als inspiratiebron voor de roman L’étonnante aventure de la mission Barsac (1914) diende.
Het Esperanto is uit de versie Barsac helemaal verdwenen. Zouden wij dan ooit vernemen wat Jules Verne eigenlijk over het Esperanto schreef? Die hoop ontstond toen Cherche Midi in Parijs een kritische uitgave van Verne-manuscripten begon te verzorgen. In april 1993 zag de verzameling San Carlos et autres récits inédits het licht, met zes onbekende teksten, waaronder de eerste 50 bladzijdes van Voyage d’études, van de hand van Jules Verne.
Wij kunnen alleen maar raden (zoals Michel Verne ook een poging had gedaan) hoe de auteur de handeling zou hebben uitgewerkt. (“Het gaat hier om het laatste manuscript waaraan mijn vader gewerkt had,” schreef Michel aan de uitgever.) Verne had alleen tijd om de achtergrond te schetsen. Wij lezen over een expeditie die in de kolonie Frans Kongo aankomt, met de opdracht te bepalen of de inwoners er “politiek rijp” voor zijn om eigen afgevaardigden in de Parijse Kamer te verkiezen. Maar nauwelijks begint de expeditie haar voettocht als het manuscript abrupt eindigt.
Toch is het zeker dat het Esperanto een belangrijke rol moest spelen in Voyage d’études: het karakter André Deltour leert de taal, die als een aan belang winnende gemeenschappelijke taal voor Afrika wordt voorgesteld. Het spreekt vanzelf dat alleen de twee satirische figuren, Kamerliden Isidore Papeleu en Joseph Denisart, het Esperanto niet machtig zijn en dat ook niet willen leren: hun doel is alleen om aan een exotische dienstreis deel te nemen, ten koste van de overheid.
De propaganda die Verne in de mond van Nicolas Vanof legt klinkt tegenwoordig ouderwets en amateuristisch. Het Volapük te bekritiseren, de internationaliteit van het Esperanto met een Latijnse meetlat te meten, het als “het snelste vehikel van de [vanzelfsprekend blanke] civilisatie” aan te prijzen: dit alles situeert de tekst duidelijk in zijn tijd. Maar het idee dat Kongolezen geen Frans maar het Esperanto gebruiken om te communiceren, klinkt zelfs vandaag de dag als een revolutionaire gedachte…
(Dit is een aangepaste versie van een artikel dat ik eerder publiceerde in: Esperanto 1053, nov. 1993, p. 182.)

Introductie tot “Een studiereis”, de Nederlandse vertaling van “Voyage d’études” de Jules Verne, zie
http://katalogo.uea.org/katalogo.php?inf=8123

Advertisements

Komenti

Enarkivita sub Uncategorized

Respondi

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Ŝanĝi )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Ŝanĝi )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Ŝanĝi )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Ŝanĝi )

Connecting to %s